Vraagwoorden

Vraagwoorden in de Engelse taal.

Question words Vraagwoorden
What? Wat?
Who? Wie?
Who? (plural) Wie? (meervoud)
What? Wat, welke?
Which? (plural) Wat, welke? (meervoud)
Where? Waar?
Where to? Waarheen?
How? Hoe?
Why? Waarom?
When? Wanneer?
What is this? Wat is dit?
What is your seat? Wat is uw stoel?
What are the current prices? Hoeveel kost dat / hoe duur is dat?
How do you write ...? Hoe schrijf je ...?

Delen met vrienden