Engels Basis · Les 1.2 · Kennismaken
Na deze les kun je zeggen waar je vandaan komt, waar je woont en welke talen je spreekt. Je kunt het ook aan een ander vragen.
HerhaalStap 1
LeesStap 2
In het café op de hoek van je straat zit je met een kop koffie. Iemand van ongeveer jouw leeftijd vraagt of de stoel naast je vrij is. Jullie raken aan de praat: waar kom je vandaan, waar woon je, welke talen spreek je?
Dat is Tom. Hem kom je in deze cursus nog vaak tegen.
LuisterStap 3
| Engels | Nederlands |
|---|---|
| where | waar |
| what | wat |
| who | wie |
| how | hoe |
| from | uit, van |
| to live | wonen |
| to speak | spreken |
| language | taal |
| country | land |
| a little | een beetje |
| too | ook |
LeesStap 4
Tom vraagt: Where do you live? Jij antwoordt: I live in York. Dat is de gewone tegenwoordige tijd, de present simple.
| Nederlands | Engels |
|---|---|
| ik woon | I live |
| jij woont, u woont | you live |
| hij woont, zij woont | he lives, she lives |
Bij he, she en it komt er een -s achter: Tom lives in York. He speaks French.
In het Nederlands draai je het werkwoord om: "Waar woon jij?" In het Engels kan dat niet met live of speak. Je zet do ervoor:
Do betekent hier niets. Het staat er alleen om een vraag te maken. Met to be heb je het niet nodig: Where are you from?
Dutch is Nederlands. Duits is German. En je schrijft talen en landen met een hoofdletter: English, Dutch, Spain.
OefenStap 5
Vul het goede woord in.
Kies de goede Engelse zin.
3 vragen
Waar woon jij?
Ik spreek Nederlands.
Ik kom uit Nederland.
Denk aan het gesprek. Klopt het?
4 vragen
Tom komt uit Leeds.
Tom woont in Leeds.
Sam woont ook in York.
Tom spreekt een beetje Spaans.
HerhaalStap 6
Een week nadat je deze les op Begrepen hebt gezet, staan hier 3 snelle vragen voor je klaar.

48 lessen · 8 modules · A1 · A2
Je stelt je voor, doet boodschappen, bestelt in een café en vraagt de weg. Daarna vertel je over je weekend, boek je een kamer, maak je een afspraak bij de dokter en zoek je een flat. In het Engels zoals je het in Groot-Brittannië hoort.
Inclusief btw · eenmalig · levenslang toegang
Je hoeft geen account te maken. Na het betalen krijg je een mail waarmee je meteen kunt beginnen.
Voor de btw op je factuur. De prijs blijft gelijk.
Toch niet wat je zocht? Vraag binnen 14 dagen je geld terug.
Je betaalt via Mollie met iDEAL | Wero, Bancontact of een overboeking.
Heb je al een account? Dan kun je ook eerst inloggen.
Met je bestelling ga je akkoord met de algemene voorwaarden. Lees ook ons privacybeleid.
| Engels | Nederlands |
|---|---|
| England | Engeland |
| Scotland | Schotland |
| the UK | het Verenigd Koninkrijk |
| the Netherlands | Nederland |
| Belgium | België |
| Spain | Spanje |
| Mexico | Mexico |
| the USA | de Verenigde Staten |
In het Engels is de taal vaak ook het woord voor de nationaliteit: I speak Dutch en I'm Dutch.
| Engels | Nederlands |
|---|---|
| English | Engels |
| British | Brits |
| Dutch | Nederlands |
| Spanish | Spaans |
| French | Frans |
Luister een paar keer naar het gesprek. De zinnen van Sam hoor je in een vrouwen- of een mannenstem: kies zelf.
Tom staat met een kop thee naast je tafeltje. Hij begint.
Dit hoor je in het gesprek. Je hoeft het nog niet zelf te zeggen.
| Engels | Nederlands |
|---|---|
| Is this seat free? | Is deze plek vrij? |
| but | maar |
| now | nu |
| Your English is very good! | Je Engels is heel goed! |
| See you soon. | Tot gauw. |
Luister naar elke zin en zeg hem hardop na. Eerst de zinnen uit het gesprek.
| Engels | Nederlands |
|---|---|
| Yes, it is. | Ja hoor. |
| Hi, Tom. I'm Sam. | Hoi Tom. Ik ben Sam. |
| Where are you from? | Waar kom je vandaan? |
| Where do you live? | Waar woon je? |
| I live in York, too. In Clifton. | Ik woon ook in York. In Clifton. |
| What languages do you speak? | Welke talen spreek je? |
| Thank you! I speak a little English. And you? | Dank je! Ik spreek een beetje Engels. En jij? |
| I'm from the Netherlands. | Ik kom uit Nederland. |
| I'm from Belgium. | Ik kom uit België. |
| I'm Dutch. I speak Dutch and English. | Ik ben Nederlands. Ik spreek Nederlands en Engels. |
In het gesprek zegt Sam alleen dat hij niet uit Engeland komt. Jij zegt natuurlijk waar je vandaan komt: met de laatste zinnen van de lijst, of met een land uit de woordenlijst.
1 / 4: Tom vraagt: Is this seat free? De stoel is vrij.
Typ de zin zelf. Daarna hoor je het voorbeeld en vergelijk je.