Engels Basis · Les 5.1 · Vrije tijd
Na deze les kun je in een paar zinnen vertellen wat je in het weekend gedaan hebt, met wanneer en waar. Je vraagt terug en reageert op het verhaal van een ander.
HerhaalStap 1
LeesStap 2
Het is maandagochtend. Bij de bakker kom je Margaret tegen. Ze vraagt hoe je weekend was.
Jij was zaterdag in Scarborough, een stad aan zee. Bij Margaret logeerden haar dochter Helen en de kleinkinderen.
Vanaf deze les vertel je ook wat er gebeurd is. Dat is het begin van A2.
LuisterStap 3
| Engels | Nederlands |
|---|---|
| weekend | weekend |
| yesterday | gisteren |
| last week | vorige week |
| last night | gisteravond |
| ago | geleden |
| day trip | dagje uit |
| seaside | kust, zee (om een dagje naartoe te gaan) |
| beach | strand |
| sea | zee |
| castle | kasteel |
| to walk | lopen, wandelen |
| to stay | logeren, blijven |
| to play | spelen |
| to watch | kijken (naar) |
| grandchild, grandchildren | kleinkind, kleinkinderen |
| baker's | bakker (de winkel) |
LeesStap 4
Wat voorbij is, vertel je in de past simple. Bij de meeste werkwoorden plak je er -ed aan:
| walk | I walked on the beach. |
| visit | I visited the castle. |
| stay | They stayed with us. |
| study | I studied English. (de y wordt i) |
De vorm is voor iedereen gelijk: I walked, she walked, they walked.
De werkwoorden die je het vaakst nodig hebt, zijn onregelmatig: go, went; have, had; get up, got up; be, was / were. Ze staan in de lijst hierboven.
In een vraag en met not komt did. Het werkwoord zelf blijft dan kaal: Did you go by train? What did you do? I didn't go for a walk. Kort antwoorden doe je met did: Yes, I did. No, I didn't.
Walked klinkt als walkt, played en stayed eindigen op een zachte d. Alleen na een t of d hoor je een extra lettergreep: vi-si-tid, star-tid.
In het Nederlands zeg je "Zaterdag ben ik naar Scarborough geweest" of "Ik heb op het strand gewandeld". In het Engels is een moment dat voorbij is de past simple: On Saturday I went to Scarborough. Yesterday I walked on the beach. Niet I have walked yesterday.
Ook hier draai je na de tijd vooraan niet om: On Sunday I stayed at home, niet On Sunday stayed I at home.
OefenStap 5
Vul de verleden tijd in.
Luister naar de woordenlijst en het gesprek. Kies dan.
2 vragen
Bij welk woord hoor je een extra lettergreep?
Hoe eindigt walked?
Kies de goede Engelse zin.
2 vragen
Gisteren ben ik naar het kasteel geweest.
Heb je een fijn weekend gehad?
HerhaalStap 6
Een week nadat je deze les op Begrepen hebt gezet, staan hier 3 snelle vragen voor je klaar.

48 lessen · 8 modules · A1 · A2
Je stelt je voor, doet boodschappen, bestelt in een café en vraagt de weg. Daarna vertel je over je weekend, boek je een kamer, maak je een afspraak bij de dokter en zoek je een flat. In het Engels zoals je het in Groot-Brittannië hoort.
Inclusief btw · eenmalig · levenslang toegang
Je hoeft geen account te maken. Na het betalen krijg je een mail waarmee je meteen kunt beginnen.
Voor de btw op je factuur. De prijs blijft gelijk.
Toch niet wat je zocht? Vraag binnen 14 dagen je geld terug.
Je betaalt via Mollie met iDEAL | Wero, Bancontact of een overboeking.
Heb je al een account? Dan kun je ook eerst inloggen.
Met je bestelling ga je akkoord met de algemene voorwaarden. Lees ook ons privacybeleid.
Je leert ze per drie: het werkwoord, de verleden tijd en een vorm die je later nodig hebt.
| Engels | Nederlands |
|---|---|
| be, was / were, been | zijn |
| have, had, had | hebben |
| do, did, done | doen |
| go, went, gone | gaan |
| get up, got up, got up | opstaan |
Luister een paar keer naar het gesprek. De zinnen van Sam hoor je in een vrouwen- of een mannenstem: kies zelf.
Margaret staat voor je in de rij. Zij begint.
Dit hoor je in het gesprek. Je hoeft het nog niet zelf te zeggen.
| Engels | Nederlands |
|---|---|
| At six! On a Saturday! | Om zes uur! Op een zaterdag! |
| Good for you! | Goed zo! Knap van je! |
| Very busy! | Heel druk! |
Luister naar elke zin en zeg hem hardop na.
| Engels | Nederlands |
|---|---|
| Morning, Margaret! It was lovely, thanks. On Saturday I went to Scarborough. | Goeiemorgen, Margaret! Heel fijn, dank je. Zaterdag ben ik naar Scarborough geweest. |
| Yes, I did. I got up at six and I had breakfast on the train. | Ja. Ik ben om zes uur opgestaan en ik heb in de trein ontbeten. |
| I walked on the beach and I visited the castle. Then I had fish and chips by the sea. | Ik heb op het strand gewandeld en ik ben naar het kasteel geweest. Daarna heb ik fish and chips gegeten aan zee. |
| No, I didn't. I stayed at home and studied English. | Nee. Ik ben thuisgebleven en heb Engels geleerd. |
| And how was your weekend? | En hoe was jouw weekend? |
| Oh, nice! What did you do? | O, leuk! Wat hebben jullie gedaan? |
| Did you have a nice weekend? | Heb je een fijn weekend gehad? |
| Last week I went to the museum. | Vorige week ben ik naar het museum geweest. |
| Two days ago I watched a film at the cinema. | Twee dagen geleden heb ik in de bioscoop een film gezien. |
Denk aan het gesprek. Klopt het?
4 vragen
Sam ging met de bus naar Scarborough.
Sam stond om zes uur op.
Zondag maakte Sam een wandeling.
Ken kookte zondag.
1 / 4: Margaret vraagt hoe je weekend was. Het was fijn: zaterdag was je in Scarborough.
Typ de zin zelf. Daarna hoor je het voorbeeld en vergelijk je.