Engels Basis · Les 1.1 · Kennismaken
Na deze les kun je iemand begroeten en gedag zeggen, op elk moment van de dag. Je zegt hoe je heet en vraagt hoe de ander heet.
HerhaalStap 1
Dit is de eerste les. Een paar Engelse woorden ken je vast al, van een vakantie, een liedje of een serie. Probeer het eerst zelf.
LeesStap 2
Je komt aan in York, in het noorden van Engeland. Je huurt er een paar maanden een flat. Je belt aan en de verhuurder doet open: David. Hij geeft je de sleutel.
Op de trap kom je daarna je buurvrouw tegen, Margaret Hughes. Ze is ouder dan jij. 's Avonds, als je de deur uit gaat, zie je haar weer.
In het gesprek heet je Sam. Zelf zeg je natuurlijk je eigen naam.
LuisterStap 3
| Engels | Nederlands |
|---|---|
| hello | hallo |
| hi | hoi |
| good morning | goedemorgen |
| good afternoon | goedemiddag |
| good evening | goedenavond |
| good night | welterusten, goedenacht |
| goodbye | tot ziens |
| bye | doei, dag |
| thank you | dank je wel, dank u |
| thanks | bedankt |
| please | alsjeblieft, alstublieft |
| sorry | sorry, pardon |
| key | sleutel |
| neighbour | buurman, buurvrouw |
LeesStap 4
David vraagt: Are you Sam? Jij antwoordt: I'm Sam. Dat is het werkwoord to be, zijn.
| Nederlands | Engels | kort, zoals je het zegt |
|---|---|---|
| ik ben | I am | I'm |
| jij bent, u bent | you are | you're |
| hij is, zij is, het is | he is, she is, it is | he's, she's, it's |
In een gesprek gebruik je bijna altijd de korte vorm: I'm Sam, I'm fine. De lange vorm I am zie je vooral op papier.
Het Engels heeft geen u. Tegen David, tegen Margaret en tegen een kind zeg je you. Beleefd ben je met andere woorden: please, thank you, sorry. Je spreekt elkaar aan met de voornaam, ook de verhuurder en de buurvrouw. Mr en Mrs met de achternaam hoor je bij een dokter of in een brief.
Nog een verschil: I schrijf je altijd met een hoofdletter, ook midden in een zin. Yes, I'm fine.
Bij een vraag ruilen you en are van plaats, net als in het Nederlands: You are Sam. wordt Are you Sam?
OefenStap 5
3 vragen
Het is acht uur 's ochtends. Je groet Margaret: ___, Margaret!
Het is drie uur 's middags. Je groet David: ___, David!
Het is negen uur 's avonds. Je komt binnen en ziet Margaret: ___, Margaret!
Vul de goede vorm van to be in.
Denk aan het gesprek. Klopt het?
4 vragen
David is de verhuurder.
Margaret is je buurvrouw.
Sam zegt Mrs Hughes tegen de buurvrouw.
's Avonds groet Margaret je met Good night.
HerhaalStap 6
Een week nadat je deze les op Begrepen hebt gezet, staan hier 3 snelle vragen voor je klaar.

48 lessen · 8 modules · A1 · A2
Je stelt je voor, doet boodschappen, bestelt in een café en vraagt de weg. Daarna vertel je over je weekend, boek je een kamer, maak je een afspraak bij de dokter en zoek je een flat. In het Engels zoals je het in Groot-Brittannië hoort.
Inclusief btw · eenmalig · levenslang toegang
Je hoeft geen account te maken. Na het betalen krijg je een mail waarmee je meteen kunt beginnen.
Voor de btw op je factuur. De prijs blijft gelijk.
Toch niet wat je zocht? Vraag binnen 14 dagen je geld terug.
Je betaalt via Mollie met iDEAL | Wero, Bancontact of een overboeking.
Heb je al een account? Dan kun je ook eerst inloggen.
Met je bestelling ga je akkoord met de algemene voorwaarden. Lees ook ons privacybeleid.
Het gesprek gaat in drie stukjes. Luister er een paar keer naar. De zinnen van Sam hoor je in een vrouwen- of een mannenstem: kies zelf.
David doet open. Hij begint, daarna praten jullie om de beurt.
Je sjouwt een doos de trap op en loopt bijna tegen Margaret aan. Jij begint.
Het is zeven uur. Je gaat de deur uit. Margaret staat bij de brievenbussen. Zij begint.
Dit hoor je in het gesprek. Je hoeft het nog niet zelf te zeggen.
| Engels | Nederlands |
|---|---|
| Welcome to York! | Welkom in York! |
| Here's your key. | Hier is je sleutel. |
| That's OK. | Geeft niets. |
| Have a nice day. | Fijne dag. |
| Very well. | Heel goed. |
Luister naar elke zin en zeg hem hardop na.
| Engels | Nederlands |
|---|---|
| Yes, hello! I'm Sam. | Ja, hallo! Ik ben Sam. |
| Thank you, David! | Dank je wel, David! |
| Oh, sorry! | O, sorry! |
| Hello! I'm Sam. What's your name? | Hallo! Ik ben Sam. Hoe heet u? |
| Nice to meet you, Margaret. | Aangenaam, Margaret. |
| How are you? | Hoe gaat het? |
| Good evening! I'm fine, thanks. And you? | Goedenavond! Goed, dank u. En met u? |
| Thanks, you too. Bye! | Dank u, u ook. Dag! |
1 / 4: David doet open: Hello! Are you Sam?
Typ de zin zelf. Daarna hoor je het voorbeeld en vergelijk je.